Opgroeiproblemen bij pups 1
Opgroeiproblemen bij pups (1)

Bron: Onze Hond 2001
Auteur: Maarten Kappen

Veel mensen die, vaak zelfs voor de eerste keer, om verschillende redenen besluiten een hond te nemen, beginnen met een pup. Het kan ook andersom: sommigen worden vertederd door een toevallig contact met een pup en besluiten dan min of meer impulsief vervolgens een hond te nemen. Het staat buiten kijf dat de opgroeiperiode een hele belangrijke periode is. Het fundament voor de rest van het leven. Veel eigenaren beginnen hier echter relatief onervaren aan. Ik wil in de volgende artikelen een aantal veel voorkomende opgroeiproblemen bespreken en zo een bijdrage leveren aan het vergroten van de kennis van de nieuwe baasjes. Zowel pup als baas zijn blij met een goede gezondheid van hun lieveling.

(Ont)wormen

De meeste pups lopen in de eerste weken van hun bestaan al een spoelworminfectie op. Zowel via wormlarven die in het lichaam van de moeder tijdens de dracht weer actief worden en via de bloedbaan naar de vruchten in de baarmoeder trekken, als via wormlarven die na het werpen in de melkklieren terechtkomen en zo met de moedermelk de pups besmetten. Pups kunnen op 2 weken leeftijd dus al een besmetting met volwassen spoelwormen in hun dunne darmen hebben. Iets later zorgen de door deze volwassen spoelwormen geproduceerde eitjes in het nest voor een herbesmetting van alle pups.

worm_1.jpg

Spoelwormen van de hond.

Deze eitjes worden in de darmen tot larve, die vervolgens tot de leeftijd van drie maanden van de pup, een trektocht door het lichaam van de pup kan maken. Met name in de longen vindt een perforatie van de bloedvaten plaats tot in de luchtwegen. De pup hoest dan deze larven op, slikt ze vervolgens weer door, en er kan een uitgroei plaatsvinden van deze larve in de darm tot volwassen worm.

Na de drie maanden leeftijd komen er ook nog larven in het lichaam, maar deze gaan tijdens de trektocht in rust in diverse weefsels en worden hier ingekapseld. Deze worden bij de teef tijdens een dracht pas weer geactiveerd.

De leeftijd waarop de pup van fokker naar eigenaar gaat is meestal 8 a 9 weken. Enkele rassen zoals de Duitse Dog verlaten nog later het nest. Ze zijn dan gechipped, ingeënt, gecontroleerd en goed gezond bevonden door de dierenarts, enige malen ontwormd door de fokker, zijn van de moedermelk af (gespeend), zijn gewend vast voer te eten en soms al zindelijk gemaakt door de fokker.

Het ontwormen dient door de nieuwe eigenaar nog meerdere malen te gebeuren. Met name spoelwormen kunnen bij de pup een probleem zijn. Volwassen spoelwormen leven van darminhoud en kunnen de darmwand beschadigen. Bij een heftige besmetting kunnen de pups sterk vermageren en toch een dikke buik hebben. Ze kunnen hierdoor een blijvende groeiachterstand oplopen. Ze worden hierdoor ook gevoelig voor allerlei andere infecties zoals met het parvovirus.

De opgroeiende hond is speels en likt en bijt aan vele zaken. Zijn natuurlijke afweer tegen wormen is nog maar ten dele ontwikkeld. Vandaar dat we adviseren maandelijks tot een leeftijd van zes maanden te ontwormen. Daarna kan men volstaan met eens in het half jaar.

Het blijkt dat de wormeieren van de hondenspoelworm ook voor de mens bij opname hiervan problemen kunnen veroorzaken. Zij ontwikkelen zich tot een larve in het menselijk lichaam en kunnen op uiteenlopende plaatsen in rust gaan. In spierweefsel, maar ook in de hersenen of zelfs in de ogen! Zij worden dan ingekapseld door de afweerreactie van het lichaam. Hierdoor zou het een factor kunnen zijn bij het ontstaan van astmatische bronchitis en ook als oorzaak van bepaalde vormen van epilepsie. Een reden te meer om de honden goed en regelmatig te ontwormen!

Een andere kennelbesmetting met wormen is die van de haakwormen. In het algemeen komt deze minder vaak voor, maar hij geeft wat ernstigere verschijnselen. De haakwormen zijn lastiger te bestrijden: niet alle ontwormmiddelen hebben goed vat op deze wormsoort.

Er is een breed scala aan ontwormmiddelen op de markt met een verschillende toedieningsvorm. Zo zijn er drankjes, pastas en pillen. De meest gebruikte vorm bij jonge honden is de pasta; makkelijk te doseren met een stelschroef naar gewicht, je hoeft er zelf niet met je vingers aan te komen, en goed toe te dienen. In het algemeen gesproken is de pasta voor dier en mens de veiligste toedieningsvorm: de toediener brengt zichzelf niet in contact met het medicijn, zodat overgevoeligheidsreacties ed. niet kunnen optreden. Nadeel is wel dat er grotere productiekosten zijn en meer afval geproduceerd wordt. De meeste pastas hebben overigens een werking tegen meerdere wormsoorten, sommige ook zelfs mede tegen lintwormen. Ontwormpillen zijn verkrijgbaar met een heel smal werkingsspectrum bijvoorbeeld alleen tegen volwassen spoelwormen, tot een heel breed werkingspectrum tegen alle wormsoorten.

Men dient zich te realiseren dat geen enkel middel 100% effectief is tegen alle wormsoorten na eenmalige toediening. Daar zijn diverse redenen voor aan te geven, waarvan het gebruikte middel er een is. Herhalen is dus een must.

Er is tegenwoordig een middel op te markt waarmee 2 weken voor en 2 weken na het werpen de teef behandeld kan worden waardoor de eerste eiuitscheiding naar de pups niet optreedt, zodat de pups gegarandeerd wormvrij zijn tot 7 weken leeftijd. Je hoeft de pups dan niet te ontwormen in het nest. De toedieningsvorm is door middel van een pipetje enige druppels op de huid in de nek aan te brengen bij de moederhond. Dit middel combineert overigens deze ontworming met een werking tegen vele andere parasieten zoals vlooien en schurftmijt.

De lintworm is geen kennelprobleem: vaak is het niet meer dan één hond uit de roedel die er last van heeft. Dit heeft te maken met de verspreidingsvorm van de lintworm. Deze heeft een tussengastheer nodig om zijn cyclus te kunnen volbrengen. Bij de hondenlintworm is dit meestal de vlo. Deze zuigt bloed en infecteert zich met larven en vervolgens wordt hij door de hond opgelikt vanaf de vacht. Dan komen de larven in het maagdarmkanaal van de hond vrij en groeien uit tot een volwassen lintworm. De kop zuigt zich vast in de darmwand en verliest steeds segmenten (rijstekorrels) gevuld met eieren met de ontlasting.

Belangrijk is dus en een goed ontwormmiddel te gebruiken tegen de lintworm, en daarnaast de vlooien goed te bestrijden.