Bloedonderzoek
Bloedonderzoek

Bron: Onze Hond 2004
Auteur: Maarten Kappen

Bloedonderzoek in de diergeneeskundige praktijk wordt gedaan om een aantal redenen:
  • Bevestiging van een diagnose
  • Het verloop van een ziekte en de ingestelde therapie te kunnen volgen in de tijd
  • Vaststellen van de gezondheidsstatus van een dier bv bij de oudere hond, voorafgaand aan een narcose of het effect van een enting meten bv. bij rabiës in het kader van export
  • Het bepalen van de vruchtbaarheidsstatus bij de teef dmv. progesteron
Bloedonderzoek wordt altijd gedaan in combinatie met een algemeen klinisch onderzoek. Het is zelden zo dat op basis van het bloedonderzoek alleen we tot een definitieve diagnose komen.

Een groot aantal parameters kunnen in de praktijk worden bepaald, voor een aantal is een gespecialiseerd laboratorium noodzakelijk en dient het bloed te worden opgestuurd, de uitslag laat in dat geval een aantal dagen op zich wachten.

Bloed kunnen we afnemen uit diverse bloedvaten (aders of venen):

In de voorpoot uit de vena Cephalica
bloed_1.jpg

In de achterpoot uit de vena Saphena

In de hals uit de vena Jugularis

Indien we slechts een druppel bloed nodig hebben kunnen we een bloedvaatje in het oor aanprikken

Het kan noodzakelijk zijn de haren weg te scheren en de huid met alcohol te overgieten om het bloedvat te kunnen zien. Zeker bij uitgedroogde patiënten of dieren in shock zijn de bloedvaten vrijwel niet te zien of te voelen. Met behulp van een stuwband of met de hand kunnen we het bloedvat stuwen. Bloedafname dient zo rustig mogelijk te gebeuren aangezien stress van invloed is op de uitslagen, met name het bloedglucose (suiker) gehalte is hier gevoelig voor. Voor een aantal onderzoeken is het noodzakelijk dat het dier nuchter is. Soms is ook het tijdstip van de dag van belang, bv bij suikerziekte. Afhankelijk van het onderzoek zal er tussen de 1 en 20 ml worden afgenomen. Na de bloedafname dient het bloedvat enige tijd te worden dichtgedrukt om een bloeduitstorting te voorkomen. Indien er toch een bloeduitstorting ontstaat vedwijnt deze in de loop van een aantal dagen vanzelf.

bloed_2.jpg

Laboratorium van de kliniek met o.a bloedanalyse apparatuur.

Afhankelijk van de bepaling wordt het bloed op een bepaalde manier bewerkt. We kunnen totaal bloed gebruiken wat door middel van een antistollingsmiddel onstolbaar is gemaakt. Soms hebben we bloedplasma nodig, dit verkrijgen we door totaal bloed met een antistollingsmiddel te centrifugeren. Er ontstaan dan twee lagen in de bloedbuis, een onderste laag met witte en rode bloedcellen en een bovenste laag met een heldere vloeistof, het bloedplasma. Ook kunnen we bloedserum gebruiken, dit verkrijgen we door totaal bloed te laten stollen, de bovenstaande vloeistof is het serum. Tot slot kunnen we ook een bloeduitstrijkje maken, hierbij smeren we een druppel totaal bloed uit op een glaasje. Met behulp van bepaalde kleuringstechnieken kunnen we door de microscoop kijken naar de cellen en de aanwezigheid van eventuele bloedparasieten (Babesia).