- OCD
- Hernia bij de hond
- Hart Bullteriër
- Med. beeldvorming
- Mythes vruchtbaarheid
- Fertiliteit reu
- Herpes Virus hond
- Pups; wormen
- Pups; kreupelheid
- Castratie bij de hond
- Voeding bij de hond
- Ziekten door teken
- Spoelwormen en Lyme
- Bloedonderzoek
- Risico's bij de narcose
- Hondenbeten
- Wondbehandeling
- Kanker bij de hond
- Koorts
- Oorproblemen
- Neusproblemen
- Anaalklieren
- Wat stinkt hier zo?
- Corpora aliena
- Heupdysplasie (HD)
- (Teen)huidproblemen Bordeauxdog
- De bevalling
- Demodex
- De pasgeboren pup
Erfelijke hartafwijking Bullteriër
Hoe werkt het hart ook al weer?

Het hart bestaat uit een linker kamer (ventrikel), een rechter kamer, een linker boezem (atrium) en een rechter boezem.Tussen de kamers en de boezems zitten kleppen. Links de mitraliskleppen en rechts de tricuspidaliskleppen. In de linker boezem komt zuurstofrijk bloed binnen vanuit de longen. Dit bloed wordt door de linker kamer via de aorta naar het hele lichaam gepompt om zuurstof rond te brengen. In de rechter boezem komt zuurstofarm bloed binnen vanuit het hele lichaam. Dit bloed wordt door de rechter kamer via de longslagader naar de longen gepompt om zuurstof op te halen.
Mitraliskleplek


Normale mitraliskleppen Verdikte mitraliskleppen
Deze aandoening heeft vaak een erfelijke basis maar ontstaat in de loop van het leven. Het lek wordt veroorzaakt door verdikking en vervorming van klepdelen en ophangbanden van de klep. Hierdoor lekt er bloed van de linker kamer terug naar de linker boezem tijdens de samentrekking van het hart. In minder erge mate kan het hart het lek goed compenseren. Als het lek groter wordt kunnen er symptomen van linker hartfalen ontstaan: moeilijk ademen, hoesten, flauwtes, inspanningsintolerantie.Uit een studie gedaan onder de Australische Bullterriers blijkt dat ongeveer 39% van de Bullterriers deze aandoening heeft.
Opsporingsmethoden:
- luisteren met een stethoscoop: door het lekken van het bloed naar de boezem ontstaat er een hartbijgeruis
- Rontgenfoto’s: er ontstaat een hartvergroting door het compenseren van het hart. In een erger stadium kan er met een foto, vocht op de longen worden opgespoord.
- Echografie: vergroting van de linker harthelft, de verdikte klep, de lekkage van de klep kunnen hiermee worden opgespoord.
Omdat deze aandoening in de loop van het leven pas ontstaat, is het niet zo dat als een hond de aandoening niet heeft, dat de hond het ook niet zal krijgen.
Aortastenose

Aortastenose wil zeggen dat de aorta vernauwd is. Deze aandoening is de meest voorkomende aangeboren hartaandoening bij de hond. Het blijkt dominant over te erven met modifiërende genen. Uit een onderzoek onder de Australische Bullterriers bleek dat 53% van de honden deze aandoening in min of meerdere mate had. De vernauwing is meestal niet aanwezig bij de geboorte, maar ontwikkelt zich gedurende de eerste 4-8 weken en evolueert tot een leeftijd van 12-18 maanden. Door de stenose ontstaat er een drukoverbelasting in de linker kamer, hierdoor verdikt de linker hartspier. De hartspier wordt hierdoor stijver waardoor de druk nog meer toeneemt. Afhankelijk van de ernst van de vernauwing ontstaan er klachten.
- Milde stenose: vaak geen klachten
- Matige stenose: normale levensduur en -kwaliteit mogelijk. Op latere leeftijdevt. medicatie nodig
- Erge stenose: beperkte levensverwachting
De klachten die kunnen ontstaan zijn: vermoeidheid bij inspanning, flauwtes en plotselinge dood. Opsporingsmethoden:
- luisteren met een stethoscoop: bijgeruis te horen in de pompfase van het hart doordat het bloed door een vernauwde gang moet
- Echografie: de vernauwing is bij een milde vorm vaak niet te zien. De vernauwing wordt opgespoord door het meten van de stroomsnelheid van het bloed in de aorta dmv Dopplermetingen. Hoe erger de vernauwing, hoe hoger de stroomsnelheid van het bloed in de aorta.
Een hartscreening op aortastenose is maar 1-malig nodig als deze na de leeftijd van 18 maanden gebeurt.
Uit onderzoek bij de Bullterriers in Australië blijkt er een hogere gemiddelde stroomsnelheid van het bloed in de aorta aanwezig te zijn dan bij andere rassen. Bij de patiënten die hier op de kliniek voor de fokkerij gescreend zijn lijkt dit ook zo te zijn.
Als liefhebbers van de Bullterrier zouden we moeten proberen om de uitbreiding van deze hartaandoeningen in het ras te voorkomen. Het zou interessant zijn om fokdieren te screenen op deze twee hartaandoeningen en op basis van de resultaten een fokbeleid te ontwikkelen.