| Vruchtbaarheid reu en mogelijkheden voor genenopslag bij de hond |
|
Vruchtbaarheid reu en mogelijkheden voor genenopslag bij de hond Bron: Onze Hond 2001 Auteur: Maarten Kappen De mogelijkheden om de vruchtbaarheid van de reu te beïnvloeden zijn niet zo groot. Kennis over en behandeling van bijvoorbeeld hormonale afwijkingen is beperkt. Ik zal trachten in het kort aan te geven wat we in de praktijk zoal aan afwijkingen zien, en wat we er eventueel aan kunnen doen. Verder zal ik een en ander vertellen over het langer bewaren en insemineren van sperma. Veruit de grootste groep afwijkingen bij de reu in verband met de vruchtbaarheid zijn prostaatproblemen. De prostaat is een zgn. accessoire geslachtsklier, dat wil zeggen dat hij zorgt voor productie van een bijproduct in het sperma, de prostaatvloeistof, die een rol speelt bij het transport in vagina en baarmoeder van het sperma. De testikel is overigens de enige echte geslachtsklier bij de reu. De prostaat wordt hormonaal aangestuurd door het mannelijk geslachtshormoon, testosteron, hetgeen in de testikel wordt geproduceerd. Ook een kleine hoeveelheid vrouwelijk geslachtshormoon, het oestrogeen, speelt hierbij een rol. Met het ouder worden kan deze invloed tot een geleidelijke vergroting van de prostaat leiden. Deze wordt hierdoor gevoeliger voor infectie. Dit kan aanleiding geven tot klachten van urineverlies, eventueel met bloed vermengd, tussen het plassen door. Ook pijnklachten en gevoeligheid bij ontlasting kan optreden. Bij sperma-afname blijkt dan dat de prostaatvloeistof niet schoon is, maar vermengd met bloedcellen en ontstekingscellen. Dit kan een duidelijk verminderde vruchtbaarheid opleveren. Met een echo aangevuld eventueel met een biopsie (stukje uithalen) kan men een precieze diagnose stellen. In een klein aantal gevallen is er sprake van een kwaadaardige vergroting, die niet goed behandelbaar is. Behandeling bestaat bij infectie en goedaardige vergroting uit antibiotica en een middel om de inwerking van het mannelijk geslachtshormoon op de prostaat te nivelleren. Uiteindelijk is een castratie nogal eens de laatste mogelijkheid. Hiermee wordt de totale testosteronproduktie teniet gedaan. Bij zeer waardevolle dekreuen wordt ook wel langdurig behandeld met een humaan middel dat de grootte van de prostaat beïnvloedt, zonder een negatieve uitwerking op de vruchtbaarheid te hebben en zonder de hormoonbeïnvloeding aan te tasten. De echte testikel en/of bijbalproblemen, die leiden tot verminderde kwaliteit sperma zijn onder te verdelen in een aantal groepen. We onderkennen infecties, zoals bijvoorbeeld Brucella Canis, afweerstoornissen van het lichaam waarbij de testikelstamcel wordt aangetast, verdraaiingen van de testikel met als gevolg een afsterven door stoppen van bloedvoorziening, gezwelvorming uitgaande van stamcellen of hormoonproducerende cellen. Een veel voorkomend probleem in bepaalde rassen is het niet of onvoldoende afdalen van de testikel op jonge leeftijd. Normaal gesproken moeten beide testikels op 3 maanden leeftijd in het scrotum zijn afgedaald. Een van beiden kan in de lies of in de buik achterblijven. Heel soms zien we dat beiden achterblijven. Er wordt wel aangegeven dat een behandeling met bepaalde hormonen alsnog een afdaling zou kunnen bewerkstelligen; in de praktijk vallen de resultaten hiervan erg tegen. Daarnaast dient men zich te realiseren dat het niet of onvoldoende afdalen (men noemt dit ook wel cryptorchidie) een overerfbaar probleem is. Deze honden dienen dus uitgesloten te worden van de fokkerij.
Tumoreus ontaarde niet-afgedaalde testikels. Verminderde kwaliteit sperma betekent een kleinere hoeveelheid goed bewegende normaal opgebouwde spermieen. Richtlijn is 90% goede spermieen in een voor ras en grootte van de hond normale concentratie. Deze kan variëren van 100 miljoen per cc tot wel 1 miljard per cc. Dit is de concentratie van de tweede fractie: een reu ejaculeert in drie fracties nl. een voorvochtfraktie, gevolgd door de spermarijke tweede fractie, en vervolgens een derde fractie die bestaat uit prostaatvloeistof. Voor langer bewaren, waarop ik dadelijk verder inga, gebruiken we alleen de tweede fractie. In de testikel bevinden zich stamcellen, de makers van de spermieen, en een aantal hormoonproducerende cellen. Zijn deze cellen door wat voor reden dan ook verloren gegaan, dan is dat definitief. Ofwel ze regenereren zichzelf niet, er komen geen nieuwe meer bij. Dat betekent praktisch dat elke forse beschadiging, of dat nou een bloeding, ontsteking of afklemming is, direct kan leiden tot een totale stop van de zaadproductie. Nu zijn er twee testikels en een groot aantal aandoeningen zijn niet automatisch beiderzijds, dus dat hoeft niet een totale onvruchtbaarheid te betekenen. Sinds geruime tijd heeft de mens geprobeerd sperma van allerlei dieren langdurig goed te houden om op die manier genetische eigenschappen van het desbetreffende dier op te slaan, of in een populatie extra te verspreiden, of om bepaalde managementredenen. Zo ook bij de hond, waar met name gedurende de laatste 20 jaar vooruitgang is geboekt in het invriezen, bewaren en gebruiken van dit sperma. De bevruchtingsresultaten waren in het begin niet geweldig, tegenwoordig scoort men veel beter. Niet alleen de techniek van invriezen is verbeterd, maar ook het besef dat men tevoren kritisch de reuen welke hiervoor geschikt zijn moet selecteren, en daarnaast is de nauwkeurigheid, van het inbrengen op de juiste plaats en tijd, sterk verbeterd. Op een viertal plaatsen in Nederland vriest men sperma van honden in en slaat men het ook op. Een ervan is het invrieslaboratorium van onze praktijk. Dit invriezen geschiedt in 0.5 cc rietjes, waarop precies de identificatiegegevens bedrukt zijn. Volgens een nauwkeurig protocol wordt er ingevroren. Ook bij het ontdooien dient men precies te handelen, de resultaten zijn hier sterk van afhankelijk. Gebruikt men ingevroren sperma dan moet de voorbereiding van de teef optimaal zijn, en dient er rechtstreeks in de baarmoeder geïnsemineerd te worden. Liefst meerdere malen, want de levensduur van ingevroren sperma is aanmerkelijk korter dan van vers sperma. Het insemineren rechtstreeks in de baarmoeder kan met een speciale metalen catheter of kan met behulp van de endoscoop, waarbij via de vagina een soepele catheter in de baarmoeder ingebracht wordt. Hierbij maakt men het verlies wat je hebt aan kwaliteit door invriezen weer enigermate goed, want de reu dekt in de vagina, en je brengt het op deze manier dus veel dieper in, dichter bij de plaats van versmelting met de eicel. Om het gedurende een kortere tijd goed te houden (tot maximaal 24 uur met goed resultaat), kan men het sperma verdunnen en verrijken met een bepaalde vloeistof en dan afkoelen tot 4 graden. Men noemt dit vers verdund sperma. Dat sperma is dan geschikt voor transport over heel Europa en mits goed georganiseerd, soms ook nog verder. Dit betekent dat men dus pas gaat afnemen op moment dat je weet dat de teef binnen een dag aan de optimale periode begint. Bij ingevroren sperma ben je hiervan niet afhankelijk, je kunt het levenslang in containers met vloeibare stikstof (-196 graden Celsius) goed houden, met behulp van speciale containertjes over de hele wereld versturen, en ontdooien en insemineren wanneer je wilt. Gaan we van een 80% kans op bevruchting uit bij natuurlijke dekking, dan verliezen we met het verdunnen en afkoelen voor het zgn. versverdunde sperma, dat 24 uur houdbaar is, ongeveer tussen de 10 en 20%. Gaan we het sperma invriezen dan verliezen we nogmaals 10 tot 20 % aan vruchtbaarheid. Dan kom je uit op 40 tot 60% kans. Dit is sterk afhankelijk van de reu.
Opslagcontainers gevuld met stikstof voor sperma. Het invriezen biedt de mogelijkheid om waardevol genetisch materiaal voor de toekomst op te slaan. Bij andere diersoorten heeft men genenbanken opgericht om dit zeker te stellen. Je zou je voor kunnen stellen dat niet alleen individuele fokkers, maar ook rasverenigingen een soortgelijke bank zouden beheren teneinde hun ras in stand te kunnen houden. |