Medische beeldvorming

Medische beeldvorming in de diergeneeskunde

Bron: Onze Hond 10/2004
Auteur: Maarten Kappen

Wat verstaan we onder medische beeldvorming in de diergeneeskunde?

Medische beeldvorming is het door middel van diverse technieken nader bekijken van een deel van het lichaam. Bepaalde aspecten van dit onderdeel of orgaan worden hiermee naar voren gehaald.

Van de diverse technieken die ons ter beschikking staan is de röntgenologie of radiologie de bekendste. Daarnaast kennen we de echografie, MRI, CT-scan, scintigrafie en scopie.

Tegenwoordig heeft vrijwel iedere dierenartsenpraktijk de beschikking over een röntgenapparaat met ontwikkelunit en een groot aantal heeft tevens een echoapparaat en diverse scopen. Voor MRI, CT-scan en scintigrafie zal de patiënt veelal doorverwezen moeten worden naar grote specialistische klinieken of de universiteit. Ook zijn er veterinaire specialisten in het land die als second opinie kunnen dienen, veelal digitaal, voor de interpretatie van röntgen- of echobeelden.

Achtereenvolgens zullen we de diverse technieken de revu laten passeren en de (on)mogelijkheden bespreken.

Radiologie .

Het bestaan van röntgenstralen werd iets meer dan een eeuw geleden, in 1895, ontdekt door de Duitser Wilhelm Conrad Röntgen. Sinds 1980 is het mogelijk geworden digitale röntgen toe te passen.

Röntgenstralen zijn electromagnetische stralen die zich verplaatsen met de snelheid van het licht. Ze bezitten een groot doordringend vermogen en geven tevens energie af aan de materie waar ze doorheen gaan (ionsatie). De stralen worden door de diverse weefsels min of meer verzwakt en deze uittredende stralen kunnen op een foto worden vastgelegd. Afhankelijk van de samenstelling van de diverse weefsels zien we op de foto zwarte, grijze en witte beelden in allerlei gradaties. Zo is luchthoudend longweefsel vrijwel zwart op de foto en zijn botten vrijwel wit.

Op een röntgenfoto wordt alles afgebeeld in een plat, tweedimensionaal, vlak. Weefsels die over elkaar heen liggen worden dus ook over elkaar heen geprojecteerd. Dit is de reden dat röntgenfoto's altijd in twee richtingen moeten worden gemaakt, van voor naar achteren en van links naar rechts. Bij de interpretatie van de foto zal hier rekening mee moeten worden gehouden. De röntgenfoto geeft een indruk over de grootte en vorm en de onderlinge verhoudingen van de verschillende weefsels, en in mindere mate over de structuur van de weefsels (zie echografie). Uitzondering hierop is bot, want daarvan is de structuur in het algemeen prima te beoordelen.

Door middel van röntgenstraling kunnen we diagnostisch foto's maken in het kader van het opsporen van een ziekte. We kunnen het middel ook gebruiken als preventieve screening bij bepaalde gewrichts- of botaandoeningen, zoals heupdysplasie (HD) of ellboogdysplasie (ED) . Daarnaast is het mogelijk om een röntgenfilm te maken van bewegingen (bijvoorbeeld de slokdarm tijdens het slikken); we noemen dat dan doorlichten. Hierbij wordt dan meestal gebruik gemaakt van een röntgencontrastmiddel. Je kunt daarmee structuren zichtbaar maken die met normale röntgenfoto's niet zichtbaar zijn. Andere voorbeelden hiervan zijn het zichtbaar maken van het ruggenmerg bij rugproblemen (myelografie), of het inbrengen van contrastmiddel in de blaas om eventuele stenen of blaaswandafwijkingen vast te stellen (cystigrafie). Tenslotte wordt in de tumorbehandeling gebruik gemaakt van röntgenstraling om tumorcellen te doden; dit is het zogenaamde bestralen.

Naast de diagnostische en therapeutische voordelen zijn er ook negatieve gevolgen. Röntgenstraling heeft door de ionisatie van de weefsels een beschadigend effect; het veroorzaakt groeibelemmering, verwoesting van epitheel (bovenste laag van de huid en slijmvliezen), het veroorzaakt ontsteking en beschadigd de genen. Dat is de reden dat alleen gekwalificeerd personeel met röntgen mag werken en we ons hiertegen gedegen moeten beschermen. Deze bescherming bestaat uit een kamer met lood in de wanden en deuren, het dragen van een loodschort, loodhandschoenen en een schildklierbeschermer. Vooral de directe stralenbundel uit de röntgenbuis moet worden vermeden. Röntgenpersoneel is verplicht een röntgenbadge te dragen die de jaarlijkse stralingsbelasting per persoon meet. Zwangere vrouwen en kinderen onder de 18 jaar mogen niet assisteren bij het maken van röntgenfoto's; de straling is het meest schadelijk voor groeiende weefsels.

Overzicht van de meest gebruikte indicaties in de praktijk:

Botten en gewrichten, inclusief wervelkolom en schedel, met name in het kader van screeningsonderzoek voor de fokkerij op heup- en elleboogdysplasie, botbreuken, arthrose, groeistoornissen.

Buikholte bij maagdarmproblemen, blaas, baarmoeder, prostaat, lever, milt, nieren.

Borstholte voor onderzoek naar longen, hart, middenrif, slokdarm, ingeslikte vishaak of kauwbot

Hoofd/hals gebied bijvoorbeeld voor het maken van een slikfilm, aangeboren afwijkingen van de slokdarm.

Echografie .

De medisch diagnostische echografie komt voort uit de marinewereld, waar door middel van sonar de contouren van de bodem van de zee wordt bekeken.

Echografie werkt middels geluidsgolven die uitgezonden worden in de weefsels, en de weerkaatsing hiervan wordt vervolgens omgezet in een elektrisch signaal dat geregistreerd wordt op een beeldscherm. Hierbij wordt steeds een doorsnede weergegeven van het onderzochte weefsel. De geluidsgolven gaan met een verschillende snelheden door de diverse weefsels heen, en afhankelijk van deze snelheid zijn de weefsels meer of minder goed in beeld te brengen. Luchthoudende weefsels zijn in tegenstelling tot de radiologie, met echografie niet in beeld te brengen. Echter met vloeistof gevulde weefsels zijn juist beter in beeld te brengen. Hiermee is direct duidelijk waarom radiologie en echografie soms naast elkaar gebruikt worden om tot een juiste diagnose te komen. Echografie geeft naast de vorm en grootte van het weefsel ook informatie over de structuur van een orgaan of weefsel.

Doppler is een andere vorm van echografie; hierbij wordt beweging in de tijd weergegeven. Met name voor onderzoek van het hart wordt (kleuren-) doppler frequent toegepast.

De bekendste toepassing van de echografie is vaststellen van de dracht. In tegenstelling tot röntgen is echo niet schadelijk.

Voorbeelden van de meest gebruikte toepassingen in de diergeneeskunde:

Buikholte voor onderzoek naar bijvoorbeeld darmafsluitingen, tumoren in maag, darm, lever, milt, nier, blaas, baarmoeder en eierstok, prostaat. Het vaststellen van drachtigheid.

Borstholte voor onderzoek van het hart.

Scannen van pezen.

CT-scan.

Computer tomografie is gebaseerd op het röntgenprincipe en bestaat sinds 1973. Hierbij is de foto vervangen door een banaanvormige detector die beelden in de computer opslaat in de vorm van dwarsdoorsnedes. Er wordt als het ware een doorlopend beeld verkregen van steeds weer hele kleine plakjes. De patiënt ligt in deze detector en schuift hier door heen. De computer is in staat reconstructies van beelden te maken en zelfs drie-dimensionale plaatjes. Momenteel heeft alleen de faculteit diergeneeskunde in Utrecht een CT-scan. Doordat de apparatuur en de bediening hiervan zo kostbaar is zijn de onderzoeken dit ook. Het grote voordeel van de CT-scan is de zeer gedetailleerde informatie die hieruit verkregen kan worden.

MRI.

Magnetische resonantie beeldvorming (imaging) werd in de diagnostische medische beeldvorming in 1977 geïntroduceerd. Het principe berust op het feit dat het lichaam is opgebouwd uit atomen die fungeren als een soort magneet met een positieve en een negatieve lading. Door middel van radiogolven kan een signaal van de magneetjes worden opgevangen met antennes; hiermee kan de computer een beeld vormen. Groot voordeel van de MRI is dat er geen gevaarlijke straling wordt gebruikt en dat in ieder vlak een beeld kan worden gevormd. Vooral voor het registreren van bepaalde afwijkingen in weke delen is deze methode zeer geschikt. Ook de MRI staat alleen op de faculteit diergeneeskunde en is kostbaar.

Scintigrafie.


Scintigrafie is nucleair onderzoek waarbij licht-radioactieve stoffen worden ingespoten in het bloed van de patiënt. Afhankelijk van de soort stof die wordt ingespoten kan er schildklier, botweefsel of ontstekingsweefsel in beeld worden gebracht. Ook bepaalde behandelingen zijn mogelijk met behulp van radioactief gelabelde stoffen. De toepassing is nog maar recent mogelijk voor dieren in Nederland (Lienden).

Scopie.

Van een geheel andere orde zijn de scopiën. Dit zijn onderzoeken met een kijkbuis in lichaamsholten zoals bv. het kniegewricht, de blaas of de maag. Hier zullen we een andere keer op in gaan.

med_1.jpg

Christiaan van Terheijden is bezig met een vaginoscopie bij een Franse Bulldog.