Hondenbeten
Het samenleven van de mens en zijn huisdieren (2)

Bron: Onze hond 2003
Auteur: Maarten kappen

Zoals in het vorige artikel aangegeven wil ik nu de aandacht richten op de hondenbeet en de behandeling hiervan, en in het volgende nummer op schimmel- en schurft infecties.

Gemiddeld worden in Nederland per jaar ongeveer 50.000 mensen behandeld door huisarts en/of ziekenhuis vanwege een bijtwond. Anders gezegd: één procent van alle eerste hulp behandelingen bestaat uit bijtwonden. Hiervan resulteert ongeveer 5% in een langdurige opname. Het merendeel hiervan wordt veroorzaakt door de hond (60-80%), een goede tweede is de kat. Het blijkt dat men meestal in de armen of benen gebeten wordt. Het bovenbeen is hierbij het meest geraakt. Een beet in de hand is extra lastig vanwege de hogere kans op infectie, de beet in het gezicht met name vanwege het cosmetische belang.

Belangrijk hierbij is je te realiseren dat de helft van de bijtincidenten in een actieve speelsituatie van de mens met een bekende hond ontstaat. Meestal is dit de hond van het slachtoffer zelf of een uit zijn bekende directe omgeving. Er is een duidelijke piek van incidenten in de zomermaanden.

beet_1.jpg

Meestal gaan kinderen en dieren prima samen.

Bepaalde groepen mensen lopen extra risico gebeten te worden gezien hun relatie tot de hond. Bijvoorbeeld (kleine) kinderen op grond van hun gedrag, maar ook sporthondeneigenaren of -trainers vanwege de nauwe omgang met de groep van de bewakingshonden. Ook dierenartsen en hun assistenten lopen een gerede kans eens gebeten te worden. Persoonlijk is dit in mijn tot nu toe 19 jaar lange loopbaan als dierenarts 3 maal voorgekomen. Gelukkig nooit heel ernstig.

Twintig procent van de hondenbijtwonden kan leiden tot een meer of minder uitgebreide ontsteking indien geen passende behandeling wordt gegeven. Ook hierbij kan men weer risicogroepen onderscheiden; oudere mensen of juist hele jonge mensen (baby´s) met verminderde weerstand, mensen die behandeld worden met bepaalde weerstand onderdrukkende medicijnen, suikerziektepatiënten en mensen die te lang (>2 uur) wachten alvorens te behandelen.

Typisch voor de hondenbeet is dat deze vaak met veel kracht plaats vindt. Niet alleen door de directe beet maar ook door de beschadiging van het omgevende weefsel hiervan wordt de kans op ontsteking sterk vergroot. Er kunnen bloeduitstortingen ontstaan, met sterke beschadiging van de bloedvaten en afsterving van omgevend weefsel als gevolg. De wondranden kunnen heel onregelmatig zijn. De kans op bacteriegroei in de wond wordt hierdoor sterk vergroot. Een goede bloedvoorziening is essentieel voor afvoer van afbraakstoffen enerzijds en voor de aanvoer van opbouwstoffen en de organisatie van de afweer anderzijds.

Gezien het feit dan in de bek van de hond vele ook potentieel ziekteverwekkende bacteriën aanwezig zijn is een bijtwond altijd potentieel besmet. Een klein aantal bacteriën wordt hierbij veelvuldig gekweekt: Staphylococcen, Pasteurella Multocida en een aantal zgn. anaërobe soorten, dat zijn bacteriën die strikt onder zuurstofarme omstandigheden groeien, bijvoorbeeld bij diepe bijtwonden door bijvoorbeeld een hoektand.

Er is een - gelukkig weinig voorkomende - bacterie die bijzondere aandacht heeft vanwege zijn potentieel gevaarlijk karakter: de Capnocytophaga Canimorsus. Deze kan niet alleen ontstekingen geven op de plaats van de beet, maar ook uitgebreide reacties in het hele lichaam. Deze kunnen variëren van algehele malaise, spierpijn, braken en diarree, tot uitgebreide bloedvergiftiging en shock en falen van allerlei organen met de dood als gevolg. Het percentage mensen waarbij deze verwekker is vastgesteld en dat ondanks behandeling toch komt te overlijden is vastgesteld op 30%! Dit zijn er in Nederland dus zo´n 4 per jaar. Een bijkomend probleem voor de diagnose wordt veroorzaakt door het feit dat deze bacterie lastig te kweken is.

De behandeling van bijtwonden bestaat uit het direct uitgebreid schoonspoelen van de wond met stromend water. Bij een oppervlakkige wond, waarbij alleen de huid maar niet het onderliggende weefsel beschadigd is, kan een desinfectie-middel als povidine-jodium gebruikt worden. Is de wond meer dan oppervlakkig altijd naar de huisarts of eerste hulp van een ziekenhuis voor nadere inspectie en behandeling. Deze dient dan in ieder geval te bestaan uit een zogenaamd wondtoilet, waarbij niet levensvatbare beschadigde wonddelen verwijderd worden en een nat verband aangelegd wordt. De meeste bijtwonden worden niet direct gehecht om de infectiekans te verkleinen. Een uitzondering hierop zijn bepaalde wonden in het gezicht waarbij cosmetische redenen zwaarder meewegen. Rust voor de wondomgeving bijvoorbeeld door het gebruik van een mitella is erg belangrijk. Altijd wordt een beschermende injectie tegen tetanus aangeraden. Het gebruik van antibiotica is op grond van de huidige opvattingen afhankelijk van de ernst en uitgebreidheid van de wond. Is er al sprake van infectie dan dient onverwijld antibiotica te worden gegeven.

In principe gelden deze adviezen ook voor wonden die honden elkaar bezorgen. Daar is de dierenarts de uitvoerder van de specifieke behandeling. In het algemeen wordt bij de hond sneller gekozen voor antibiotica gezien het feit dat de rest van de wondbehandeling (rust voor de wond, een schone omgeving) nogal eens wat meer problemen kan opleveren. De hond is in tegenstelling tot de mens nauwelijks gevoelig voor tetanus, dus een beschermende injectie hiervoor is onnodig.

In het kader van de preventie is het van belang je te realiseren dat de meerderheid van de bijtwonden ontstaat in de directe bekende omgeving. Vaak gebeurt het tijdens het bezig zijn of spelen met de hond.

Vooral kinderen dienen opgevoed te worden met het gegeven dat omzichtig met de hond, ook al is hij nog zo goed te vertrouwen, omgegaan moet worden en dat hij potentieel altijd kan bijten. In het geval dat het toch gebeurt moet het direct spoelen van de wond een eerste reflex zijn, gevolgd door het laten beoordelen en verder behandelen door een deskundige.

Deel 1 van deze serie gaat over spoelwormen en de ziekte van Lyme .